1. Schaf schoolniveaus af

Schoolniveaus benadelen de werkende klasse. Ze verkleinen de verschillen tussen arm en rijk niet, maar vergroten ze juist. Kinderen in armere wijken hebben minder toegang tot bijles en extra hulp opschool en krijgen hierdoor lagere schooladviezen. Maar deze verdeling van jongeren op basis van zogenaamde intelligentie zorgt voor een schoolsysteem dat piept en kraakt aan alle kanten. Werkenden met praktische vaardigheden worden gescheiden van hen met theoretische kennis en dit staat het opbouwen van een partij die weet waar en hoe ze moet opkomen voor de gewonewerkende mens in de weg. Hierdoor wordt school voor hen op de basisschool al moeilijker gemaakt en geven leraren ze vaker een lager schooladvies.
Ook speelt racisme een rol. Het is een feit dat leerlingen met een migratieachtergrond met dezelfde prestaties lagere schooladviezen krijgen dan hun klasgenoten zonder migratieachtergrond. Daarnaast is het idee om leerlingen te verdelen op basis van ‘‘intelligentie’’ op zichzelf een probleem. Intelligentie is geen vaststaand of inherent kenmerk en laat zich niet betrouwbaar meten op jonge leeftijd. Iemand kan bijvoorbeeld goed in wiskunde zijn, maar slecht in taal. Leerprestaties worden gigantisch beïnvloed door je omstandigheden en kansen. Door leerlingen vroeg te labelen als “laag” of “hoog” niveau, worden hun kansen tot verder leren beperkt. Deze leerlingen krijgen minder uitdagend onderwijs en minder ruimte om zich te ontwikkelen. Er ontstaat een zichzelf vervullende voorspelling: laag zelfvertrouwen over de eigen intelligentie leidt tot lagere resultaten.
Wat we nodig hebben is een schoolsysteem waar iedereen kan studeren wat die wil. Waar die de vakken waar die goed in is op een hoog niveau kan volgen, en met de vakken waar die moeite mee heeft genoeg hulp kan krijgen om mee te komen. Geef studenten de mogelijkheid om vakken te kiezen waar ze meer over willen leren, of het nou bij hun toekomstige baan gaat passen of niet. Zo gaat het onderwijs van een plek waar je leert om te doen wat je wordt verteld naar een plek waar je leert wat je wilt weten en kunnen.
2. Schaf de raad van toezicht af

Bedrijfslieden horen niet te bepalen wat er op een opleiding gebeurt. De hoogste autoriteit op een MBO is in handen van een groep bedrijfslieden die niets met onderwijs te maken hebben. Zij zijn weer de baas van de directeur van de school. Raad van Toezicht op MBO instellingen zou afgeschaft moeten worden omdat zij structureel de belangen van studenten en docenten ondermijnt. De leden van deze raad behoren vaak tot de bezittende klasse: bestuurders, ondernemers en oud-politici die ver afstaan van de dagelijkse praktijk in het MBO.
Vanuit die positie is het logisch dat zij vooral hun eigen klassenbelangen beschermen, zoals kostenbeheersing, schaalvergroting en marktdenken. Deze belangen staan haaks op die van MBO’ers, die grotendeels tot de arbeidersklasse behoren en juist gebaat zijn bij kleinere klassen, goede begeleiding en zeker werk voor docenten. Daarnaast is de Raad van Toezicht democratisch zwak gelegitimeerd. Studenten en personeel hebben nauwelijks inspraak, terwijl besluiten grote gevolgen hebben voor hun onderwijs en werkomstandigheden. Dit vergroot de kloof tussen bestuur en werkvloer. Door de Raad van Toezicht af te schaffen en echte medezeggenschap te organiseren, kan het MBO weer bestuurd worden in het belang van degenen om wie het draait: de MBO’ers zelf.
3. Veilige stages met een eerlijk loon

Het misbruiken van MBO’ers moet afgelopen zijn. Leren een beroep uit te oefenen is essentieel werk voor het voortbestaan van het desbetreffende beroep en de hele maatschappij.
Veel MBO’ers ervaren misbruik op hun stage. Ze worden ingezet als goedkope arbeidskrachten zonder passende begeleiding of vergoeding.
Op MBO’s wordt ook geen les gegeven over hoe je kunt vechten voor betere werkomstandigheden en hogere lonen, bijvoorbeeld met de vakbond. Zo worden MBO’ers zowel als studenten en later als werkers makkelijk uitgebuit en slecht behandeld.
MBO’ers verdienen een fatsoenlijk stageloon omdat zij vaak als een normale collega meedraaien in bedrijven en essentiële arbeid leveren. Stages moeten ten alle tijden veilige plekken zijn, waar je niet aan je lot wordt overgelaten.
